Vereniging van Kleindierenliefhebbers Apeldoorn                                              

                                   Opgericht 30 september 1931

Hoenders , Dwerghoenders , Konijnen, Oorspronkelijke duiven, Sierduiven,

                                           Watervogels, Siervogels , Cavia's  en Kleine Knagers

 

 

 

 

 

 

Informatiefolder PVA 

 

Startpagina

 

Ledenvergaderingen en activiteiten

 

PVA - Nieuwsberichten

 

Wat fokt PVA

 

Gezamenlijk vervoer

 

Fokkerskaarten, merken en ringen

 

Vaccinatie tegen pseudovogelpest en bronchitis

 

Uitbroeden eieren en inenten tegen Marek

 

Formulieren

 

Jongdierenavond

 

Foto's

 

Links

 

Kleindierenshow

 " Midden Veluwe "

 

Duivensportcentrum

 

Gastenboek PVA

 

Informatie hoenders

 

Informatie duiven

 

Informatie konijnen

 

Informatie siervogels en watervogels

 

Informatie overigen

 

 

 

 

                                                        Ziekten bij konijnen

 

 

Uit: PVA clubblad van maart 2011 :  Ziekten bij konijnen.

Wat zegt dierenarts Harry Arts over de behandeling ?

 

LEZING OVER ZIEKTEN EN PLAGEN BIJ KLEINDIEREN, DOOR DHR. ARTS

Bron: Overgenomen uit Nieuwsbrief Hollanderclub nr. 27, oktober 2003.

 Afgelopen winter heeft Dhr. H.T. Arts voor de leden van de Kleindierensportvereniging Oostelijk Flevoland een boeiende en zeer leerzame uiteenzetting gegeven over allerlei ziektes bij onze kleindieren. Het verslag van die lezing treft u hieronder aan.

Dhr. Arts is onder andere werkzaam op commerciŽle konijnenhouderijen. Hiervan zijn er in Nederland slechts een beperkt aantal. In deze vorm van konijnenhouderij worden de voedsters elke 6 weken geÔnsemineerd via KI. Per jaar moet elke voedster minimaal 60 gespeende jongen leveren, dat wil zeggen dat elke voedster minimaal 6 ŗ 7 worpen per jaar moet hebben met minimaal 10 gespeende jongen. Massaproductie dus. Aan de commerciŽle konijnenhouderij worden steeds strengere eisen gesteld op het gebied van welzijn. Momenteel wordt op het Praktijkonderzoek Veehouderij in Lelystad onderzoek uitgevoerd naar diervriendelijker huisvestingssystemen waarbij voedsters in grotere groepen samenleven. Elke voedster heeft daarbij een eigen nestruimte dat alleen door haarzelf te betreden is.

 

ZIEKTEN BIJ KONIJNEN 

Geslachtsziekte bij konijnen. Deze ziekte wordt vaak overgebracht door schijnbaar gezonde rammen. Het uit zich door korsten op de geslachtsopeningen. Een gevolg van een infectie kan zijn dat dieren niet drachtig willen worden. Tegen geslachtsziekte kunnen de dieren door de dierenarts worden behandeld. Dit kan met behulp van het middel Duplocilline of Engemycine, een antibioticum dat vooral werkzaam is tegen syfilis bacteriŽn. Het middel moet onderhuids worden ingespoten. ( zie ook :konijnen en syfilis.htm )

Snot. Snot wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella. Het kan zich op velerlei wijzen manifesteren. Uierontsteking is qua bacteriŽle infectie verwant aan snot. Als de jongen de besmetting overleven zullen ze de bacterie wel bij zich dragen. Tegen snot en longontsteking kan geŽnt worden met Cunivak Past of behandeld worden met doxycycline of oxytetracycline.

Schurftmijt in oren of in de nek. Schurftmijt in de nek is te herkennen aan de Ďroosívorming op de huid; grote huidschilfers die tussen de haren zichtbaar zijn. De dieren kunnen er jeuk van krijgen. Bestrijding is mogelijk door een injectie met Ivomec of door Oramec door het drinkwater te mengen. Ook de huid goed natmaken met alcohol werkt goed. Schurftmijt in oren komt weinig voor.

Dikke buikenziekte. Bij dikke buikenziekte functioneert de blinde darm niet goed meer. Het treedt vaak op bij snel groeiende dieren; de blinde darm kan dan de groei niet meer bijhouden. In de dikke darm wordt het vezelige voer verteerd. Een konijn kan gezien worden als een herkauwer zoals koeien en schapen. Bij herkauwen wordt het voer voorverteerd waarna de darmen in staat zijn om de voedingsmiddelen op te nemen. Het Ďherkauwení bij konijnen uit zich doordat het konijn slijmerige, onverteerde mestballen direct na het verlaten van het lichaam opeet. De slijmerige ballen passeren onaangetast de maag waarna in de darmen de eigenlijke vertering pas echt op gang komt. Doet hij dit niet dan kan de dikke darm onvoldoende functioneren en zal het voedsel dus niet verteren. Het dier produceert alleen maar slijm, zonder mest en de dikke darm raakt verstopt. Zieke dieren zijn te genezen met speciaal voer (met zinkbacitracine) dat op voorschrift van de dierenarts te verkrijgen is. Dit voer moet echter in zodanig grote hoeveelheden worden afgenomen dat de hobbyfokkerij er niet bij gebaat is (denk aan het aanmaken van entstof tegen NCD bij kippen; ook hiervoor zijn grote eenheden beschikbaar die bij aanschaf voor slechts enkele dieren erg duur zijn). De bacterie die dikke buikenziekte veroorzaakt is besmettelijk. Om deze bacterie te verwijderen moet het gehele hok goed worden schoongemaakt, inclusief voerbakken, en vervolgens uitgebrand en ontsmet.

Moerziekte. Moerziekte is hetzelfde als slepende melkziekte. Hierbij heeft het dier dat net gejongd heeft een verkeerde energiebalans. Dit treedt met name op bij te vette dieren. Door de voedster direct na het jongen een zeer energierijk voer te geven kan het dier in de juiste energiebalans worden gebracht. Het voer kan hiervoor worden overgoten met wat roosvicť.

Kale neus, kale oren. Dit is een uiting van een schimmelinfectie die overigens ook besmettelijk is voor de mens.

RHD (ook wel VHS genoemd). Deze ziekte kan leiden tot zeer snel overlijden van besmette dieren. De kleine bloedvaten gaan hierbij lekken waardoor het dier (inwendig) doodbloedt. Jonge dieren zijn de eerste 8 weken van hun leven beschermd tegen deze ziekte. Daarna zijn ze er echter wel vatbaar voor. De meeste dieren die besmet raken, overlijden eraan. Slechts een klein percentage overleeft de besmetting. In zeer korte tijd kan een gehele stal besmet raken. Enting is mogelijk. De enting dient jaarlijks herhaald te worden. Tussentijds enten van jonge dieren is raadzaam. Er zijn 3 entstoffen bekend: Arvilap, cunical en dercunimyx. RHD is besmettelijk en wordt overgebracht door muggen maar ook wel door contact met besmette zaken zoals (groen)voer en de handen van de verzorger. Bij enting tegen RHD (en ook bij myxomatose) is het raadzaam om bij elk dier een schone naald te gebruiken omdat anders kans op overdracht bestaat.

Myxomatose. Deze ziekte wordt overgebracht door muggen. Kenmerkende symptomen zijn zwellingen op de kop (rond ogen, neus en mond) die sterk kunnen etteren. Tegen myxomatose kunnen konijnen eveneens preventief worden geŽnt met lyomyxovax of dervaximyxo SG 33 of met dercunimyx. Deze enting kan worden gecombineerd met die tegen RHD.

Overdracht van ziekten door muggen treedt vooral op in perioden dat het buiten overdag nog lekker warm is maar ís nachts al flink af kan koelen. Onder deze omstandigheden zoeken muggen een warme plek voor de nacht, ze zoeken dus de warmte van de dieren op en brengen vervolgens ziekten over.